Wereldreis 2 (2026); Deel 6: Azië

BESTEMMING 17: VIETNAM

De laatste volle dag op reis maken we nog een uitstapje naar Nihn Bihn. Deze provincie staat bekend om de mooie rijstvelden met uitzichtpunten.

We starten de dag nog vroeger dan gister en met een groep gaan we richting een paar oninteressante stops. Dat belooft niet veel goeds. De gids is overigens een stuk beter dan gister, maar heeft het zwaar met deze incompetente groep. Mensen raken de weg kwijt, luisteren niet en verdwalen tijdens een fietstocht van 10 minuten. Wij vermaken ons wel, maar zijn wel benieuwd naar wat de laatste 2 stops gaan brengen.

Het tochtje over de rivier in een lokaal bootje is echt prachtig! We gaan tussen de rijstvelden door. Daarna beklimmen we de 500 treden naar een mooi uitzichtpunt (zie foto’s). 100% toeristisch, maar 100% de moeite waard.

We sluiten deze reis af met Coconut Coffee en Salted Coffee, de lokale specialiteiten naast egg coffee. Daarna nog tijs voor een Bun Cha en Bu Xeo.

Voor morgen en overmorgen staat ons eens reis van 34 uur te wachten van deur tot deur. Adios en tot de laatste step!

De op en top toeristische activiteit in Ha Long Bay mag niet ontbreken tijdens een reis door Vietnam. We hebben deze tocht uitgesteld vanwege het weer en worden beloond met zon! Samen met een stel anderen proppen we ons op een luxe boot met buffet lunch. Allemaal veel te overdreven voor ons maar we genieten er stiekem wel van 😉 Waar we overigens dachten dat deze activiteit heel druk zou worden, valt het ons erg mee! We stoppen onderweg bij een oesterkwekerij (voor de parels, eigenlijk zielig voor die beestjes), een eiland met uitkijkpunt, een gave grot en een plek om te kayakken. Onze gids vertelt tussendoor allerlei handige en nutteloze weetjes over de plekken. Hij mag nog even oefenen zullen we maar zeggen. We sluiten de dag af met Bahn Xeo (hartige Vietnamese pannenkoek). Morgen weer vroeg op voor onze laatste echt volle dag op reis.

Hanoi, de bruisende hoofdstad van Vietnam is onze uitvalsbasis voor verschillende activiteiten. Omdat we last-minute onze planning voor Ha Long Bay wijzigen, hebben we drie verschillende hotels in de stad (en onze spullen staan inmiddels overal en nergens opgeslagen in de luggage rooms van die hotels). Overigens wordt het nog spannend of we alles meekrijgen volgende week omdat Pim inmiddels losgeslagen is met inkopen doen. We hebben de grootste lol hier op de nightmarket die elke vrijdag-zondagavond gehouden wordt. Werkelijk alle soorten sportspullen liggen bij elkaar en laten we dit nou net na de reis eens flink willen oppakken! 💪 Oké, ook ik slaag aardig met wat nieuwe items, maar Pim spant de kroon 😉

We bezoeken de bekende train street van Hanoi, volgen een kookcursus en shoppen er dus flink op los. De stappenteller maakt overuren! Tussendoor proberen we de lokale lekkernijen uit, inclusief egg coffee.

Op onze laatste dag gaan we ook nog even langs de Hoa Lo gevangenis. Hier hebben de Fransen rond 1900 een gevangenis gebouwd om Vietnamese politieke gevangenen vast te houden (tijd van de Franse kolonisatie). Vervolgens hebben de Vietnamezen de gevangenis gebruikt om Amerikaanse piloten gevangen te houden (in de tijd van de Vietnam oorlog). De omstandigheden waren erbarmelijk, behalve voor de Amerikanen. Die hebben de bijnaam Hanoi Hilton aan de gevangenis gegeven.

Hanoi is echt chaos. We hebben wel de kunst van het oversteken onder de knie (even voor jullie opgenomen). Als je op hetzelfde tempo de straat oversteekt, heb je maar 50% kans om geraakt te worden door een fietser, voetganger, scooter of auto. Twijfel je? Dikke pech want dan sta je midden op straat. Verder is de stoep niet voor voetgangers maar een parkeerplek voor scooters. En hier zijn veel scooters!! Als ze langs willen dan toeteren ze er flink op los. We zijn inmiddels een beetje overprikkeld van al die drukte.

De mensen die wereldreis 1.0 hebben gevolgd, weten dat wij een gruwelijke hekel hebben aan busreizen in Azië. Voor de mensen die niet mee hebben gelezen: als zelfs Pim aan de chauffeur moet vragen of het wat langzamer kan, dan is het serieuze boel.

We reizen dus met de sleeperbus overdag van Hanoi naar Ha Giang (de andere reizigers nemen wel allemaal de nachtbus, dat is heel normaal op dit traject). Deze keuze is voor ons én prettiger én zo komen we niet knalgaar aan in Ha Giang. De sleeperbussen in Vietnam zijn overigens best chill, want in plaats van een stoel krijg je een bedje. Als je je onderbenen eraf schroeft kun je helemaal languit liggen!

In Ha Giang vertrekken we op een 2 daagse motortocht door de bergen (de Ha Giang Loop), samen met elk een easyrider. Dat betekent dat we niet zelf hoeven te rijden op een voertuig dat we officieel niet mogen besturen. Al zien we kinderen die net kunnen lopen op vergelijkbare apparaten rijden.

De tocht is echt heel mooi en we hebben geluk met het weer! We crossen over bergpassen, door authentieke dorpjes en langs prachtige rijstvelden. De overnachting is helaas ietsje minder, een betonplaat als bed is niet bepaald lekker om op te liggen.

De tweede dag begint super mooi, met uitzicht op China en een korte boottocht. Daarna is het afzien, want 2 dagen achterop een motor is niet prettig voor je kont. Toch is het nog genieten de laatste kilometers!

Ondanks dat we vooraf wat zorgen hadden over de veiligheid (alleen een helm), zijn we super blij dat we dit hele stuk met de bus hebben afgelegd en de motortocht gemaakt hebben. Vandaag reizen we terug naar Hanoi om de reis af te sluiten!

De updates over Hanoi zelf zullen helemaal aan het einde komen. We hebben nog een drukke planning, maar het aftellen is wel begonnen.

We hebben een paar weken geleden onze terugvlucht naar huis moeten annuleren vanwege de oorlog. Een stedentripje Doha in Qatar als afsluiter zagen we eerlijk gezegd niet bepaald zitten. Hierdoor komen we iets eerder terug dan gepland en skippen we een deel van de reis door Cambodja en het zuiden van Vietnam. Misschien allemaal maar goed ook met die toenemende zorgen rondom benzine. Het is de eerste keer dat we een flinke smak geld extra moeten betalen voor de vliegtickets (fuel tax).

We vliegen dus later op de dag direct naar Hanoi waar het zowaar aangenaam is met 30 graden. Het land zijn we zo weer in en we besluiten om nog even een rondje op de avondmarkt te maken want die is alleen in het weekend. Als we rond middernacht in ons hotel aankomen, zijn we toch wel moe van die lange dag!

De komende anderhalve week verkennen we het noorden van Vietnam. De afsluiting van onze wereldreis!

BESTEMMING 16: CAMBODJA

We beginnen de dag bij het Apopo Visitor Centre waar we meer leren over de HeroRats. Het idee om ratten te trainen in het opsporen van landmijnen ontstond in België. Het hoofdkwartier bevindt zich in Tanzania en het daadwerkelijke werk wordt uitgevoerd in onder andere Cambodja. Hier zitten nog miljoenen landmijnen in de grond als restant van de burgeroorlog. Delen van de bevolking (waaronder veel kinderen) zijn blijvend verminkt vanwege ongelukken met ontplofte landmijnen. Bij een reis door Cambodja moet dan ook serieus opletten en niet van de wegen en paden afgaan op het platteland.

De ratten kunnen ruiken waar zich landmijnen bevinden en omdat ze maar maximaal 1.5 kilo wegen, gaan de mijnen niet af. Apopo traint ook honden, maar die zijn te zwaar om boven op de mijnen te gaan staan waardoor dit werk langer duurt. Ze gebruiken honden dan ook alleen in gebieden waar de ratten hun werk niet kunnen doen (zoals heel dicht bebost gebied).

Het grootste religieuze complex ter wereld mocht wat ons betreft niet ontbreken deze reis. We crossen 2 dagen met onze tuktuk driver Da langs een stuk of 10 tempels uit verschillende tijdperken. We komen erachter dan men hier in de tijd van het Khmer Rijk (9e-15e eeuw) met wel 1 miljoen mensen heeft gewoond. De totale oppervlakte van Angkor is dan ook 400 vierkant kilometer!

De huizen van de mensen zijn in de loop der jaren vergaan omdat deze van hout waren, maar de tempels zijn aardig bewaard gebleven. Toch worden sommigen gerestaureerd, zoals te zien op een van de foto’s.

De tempels (Hindoeïsme en Boeddhisme) lijken uiteindelijk allemaal wel op elkaar, maar er zijn ook verschillen. Zo is Angkor Wat natuurlijk de grootste (en bekendste) en vind je in Ta Prohm complete bomen die door de muren heen zijn gegroeid. Overigens is bij deze laatste een actiefilm met Angelina Jolie opgenomen in 2001. Er is ook een kleine tempel gebouwd op een giga meer van 3600 bij 950 meter. Water speelde trouwens een belangrijke rol bij de stad vroeger, zo vind je er meer van dit soort waterreservoirs.

Men verwart Angkor nogal eens met Angkor Wat, maar Angkor Wat is dus één van de vele tempels in dit complex.

In de middag en avond nemen we nog tijd om door Siem Reap te slenteren. Slenteren, want hard lopen is er met temperaturen rond de 40 graden echt niet bij.

Na een heerlijke nachtrust rollen we zo van de ontbijtzaal naar de vertrekhal. Van opstaan tot vertrek neemt maar liefst 2 uur in beslag (en nog tijd over voor een extra koffie, het is ongelooflijk).

De rest van de ochtend en middag zijn we kwijt aan de vliegritjes. Eenmaal in Cambodja aangekomen zijn we zo langs alle controles omdat we vooraf al een visum hadden aangevraagd. We kunnen dan ook direct de airportbus in die ons in een uur naar het centrum brengt. Daar worden we zowat de eerste beste tuktuk ingesleurd die ons naar het hotel rijdt.

In de avond wandelen we nog wat door Siem Reap en we vinden het eigenlijk erg gezellig hier!

BESTEMMING 15: INDONESIË

Het leven in de tropen begint zijn tol te eisen. Er is nog zoveel te doen in dit prachtige deel van Indonesië, maar het lukt fysiek simpelweg niet. Ook dat hoort bij reizen!

We doen dus rustig aan en proberen bij te komen in Medan. Pim vult zijn op reis gekochte schoenencollectie aan met badmintonschoenen (de teller staat nu op een paar slippers en twee paar schoenen). Gelukkig hebben we hierna alleen maar ruimbagage in het pakket zitten 😉

In de middag nemen we alvast de taxi naar de luchthaven omdat we een vroege vlucht hebben. Deze keer is er wel een fatsoenlijk en zeer goed betaalbaar hotel te vinden. Pal boven de vertrekhal, een uitvinding!

We gaan 2 losse dagen met Olki de jungle in om apen te spotten die we nog niet eerder gezien hebben. Olki kletst er flink op los en kent zelfs een paar woordjes Nederlands. We steken nog flink wat op over de rubberbomen en overige plantensoorten. Na een uurtje langzaam lopen komen we bij de ingang van het park en we hebben direct beet! De eerste orang oetan is gespot!!

De dieren leven hier vrij maar zijn semi-wild omdat er vroeger een opvang was waar ze gevoerd werden. Dat mag al jaren niet meer, maar de dieren zijn dus wel gewend aan mensen. We kijken hoe dit geweldige beest zich via de takken voortbeweegt. Onze jungletrek is nu al geslaagd!

We lopen nog verder en zien ook de Thomas Leaf Monkey, wat makaken, een aap met een varkensstaart en de White Handed Gibbon.

Op de tweede dag zien we een moeder met een kleintje, echt geweldig! Ik moet mijn best doen voor de plaatjes (met handen en voeten de berg af en op, tussen de bloedzuigers, badend in het zweet). Helaas blijkt de lens nat te zijn geworden, jammer van de plaatjes maar het doet niks af aan deze ervaring.

We sluiten de trekking af in de jungletaxi waarbij we met grote rubberbanden via de rivier naar het dorpje teruggaan. Kletsnat worden we, maar dat waren we eigenlijk toch al!

We vliegen vandaag met een uurtje naar Medan. De keuze vooe het vliegtuig was redelijk snel gemaakt nadat we in de voorbereiding geen reisroute konden uitstippelen met een bus. Er gaan zeker busjes, maar die moeten eerst vol zitten voordat ze gaan. Aangezien wij geen dagen kunnen wachten ivm onze planning pakken we de snelle optie.

Bij aankomst staat onze chauffeur al op ons te wachten. Hij brengt ons in 4 hobbelige uren naar de jungle, waar we drie nachten in een best wel luxe huisje slapen (voor 12 euro met ontbijt!).

Helaas kunnen we nu nog geen plaatjes delen want de hemelsluizen zijn zojuist geopend.

We boeken nog een tour Island Hoping (moet dus Hopping zijn maar het Engels is niet altijd even best hier). We gaan wederom met een privé kapitein mee en zien onderweg geen andere toeristen. De eilandjes zijn zeker mooi, maar komen niet in de buurt van de stranden van de Filipijnen. Het is niet te zien op de foto’s, maar er ligt vrij veel afval in zee en op de stranden. De locals gebruiken deze eilanden als vakantieplek.

Het snorkelen is echter wel super gaaf! We zien vissen die we nog niet eerder zijn tegengekomen. Lunch is wederom vooral onbekend, maar wel lekker.

We crossen vandaag met onze privé chauffeur naar Bukkittingi. Toerisme nergens te bekennen en we lopen rond als beroemdheden: ‘can we take picture?’ Vooral vrouwen vragen hierom en dan met name een foto van mij. Ze zien natuurlijk weinig vrouwen zonder hoofddoek.

De jongens zijn ietwat brutaler, want na het gebruikelijke praatje volgt er standaard: ‘do you have money?’ Ja geld hebben we zeker, miljoenen zelfs aangezien je voor 100.000 RP 5 euro krijgt. De gemiddelde kosten voor een goede avondmaaltijd overigens.

We zien vanuit de auto het dagelijks leven aan ons voorbij gaan en daarbij ook de gevolgen van natuurgeweld. Complete wegen en bruggen zijn weggespoeld. Tussendoor rennen de aapjes rond!

We stoppen dus in het dorpje en een traditioneel huis van de Minankabau bevolking (dit deel van Sumatra). De daken komen voort uit de legende dat de mensen van Sumatra de mensen van Java hebben verdrongen met buffels. De vorm is dus afkomstig van de vorm van de buffelhoorn. Daarna is het tijd voor lunch, geen idee wat het nou precies is dat we gegeten hebben. Het was in elk geval lekker. Het is een lange dag en we komen in het donker weer aan in Padang. Weer veel gezien en nieuwe indrukken opgedaan!

We beginnen de dag met een ontbijtje bij het hotel, maar worden een beetje teleurgesteld als we de vele schalen met rijst zien. Het is nog pittig ook, wat voor ons als avondeten al te veel is 🙈 gelukkig zijn er nog wat andere versnaperingen te vinden!

Na een sterk bakje koffie gaan we op pad. De eerste stop is de grote moskee, waar toevallig een gebed plaatsvindt. Wisten jullie dat dit deel van Indonesië voor 95% Islamitisch is? We trekken dan ook veel bekijks, zeker ik met blonde haren. De moskee heeft net als vele andere bekende gebouwen een mooi schuin oplopend dak. Komt het jullie bekend voor van de ingang van de Efteling?

Na de moskee nemen we een taxi naar een heuvel waar we samen met wat aapjes en insecten naar een uitzichtpunt lopen. Dat het warmer aan zou voelen na de Filipijnen is het understatement van de dag: we zijn drijfnat na deze korte wandeling.

Je moet er wat voor overhebben, toch? Met de trycicle, ferry en een paar vliegtuigen van divers formaat en úren later, komen we aan op onze volgende bestemming: Sumatra Indonesië!

Uiteraard zijn we hartstikke moe omdat de vlucht van Cebu naar Singapore pas om 2 uur in de nacht vertrok. Zo mogen we weer een paar uurtjes doorbrengen op Changi Airport met wederom pech bij de waterval. Die gaat pas om 11 uur open…

In Padang verloopt de douane weer soepeltjes (we verwisselen wel per ongeluk ons paspoort bij de douanebeambte, maar dat vond de beste man wel grappig). Buiten slaat de extreem vochtige lucht ons meteen om de oren en nemen we een idiote Grab driver naar ons hotel. Deze gast komt in de top 5 slechtste chauffeurs 🙈

Na een douche besluiten we meteen even op pad te gaan want de moeheid is opeens verdwenen. We pinnen geld (1 miljoen rupia’s) en eten wat bij het hotel. Iets na 6 uur gaat dan toch het kaarsje uit, niet gek na 3 uur slaap.

Voor wie zich afvraagt of er op deze Polarsteps nog eens iets van actie wordt beschreven, hebben we slecht nieuws. Op Boracay hebben we vrij weinig gedaan namelijk 🙈

Onze dagen bestaan uit lekker uitslapen, aanschuiven bij het ontbijt, wat sporten en relaxen op het strand of het zwembad. Van 4PM tot 7 PM is het Happy Hour in het hotel: buy one, get one. Tja, dat laten we ons geen 2x zeggen natuurlijk.

Boracay is een klein eiland en het strand aan de westkant is het allermooist. Je moet wel even een stuk zwemmen om vervolgens wat zeewier uit de bikini te plukken, maar dan heb je ook wat! Het water is kraakhelder hier en je ziet zo de vissen onder je door zwemmen.

We maken ook nog een scootertochtje over het eiland (met een elektrische scooter) en zien zo ook weer de grote verschillen tussen rijk en arm en dat doet wel een beetje pijn.

De Filipijnen zitten erop, wij gaan met een aantal vluchten naar een bestemming waar we tijdens onze eerste wereldreis al eens zijn geweest. Nu bezoeken we een ander deel van het land met wel een heel speciale reden! Eind volgende week mogen jullie dus weer rekenen op wat actie 😘

Pim vindt tijdens de voorbereiding voor de Filipijnen een eilandje genaamd Boracay. Met prachtige zandstranden en een helderblauwe zee moet dit dé plek zijn om helemaal te relaxen. Zo zitten we na de korte vlucht van Cebu naar Caticlan airport op de ferry naar Boracay. Uiteraard nádat we hordes tourguides zijn gepasseerd. Met de trycicle gaan we naar ons hotel.

Bij binnenkomst staan er meteen 5 man personeel om ons heen, krijgen we een komkommerdrankje en een koude handdoek in de handen geduwd. Na het inchecken lopen ze met 2 man met ons mee om de baggage naar de kamer te brengen. De luxe vliegt ons om de oren!

We sluiten de dag af in het rooftopzwembad tijdens Happy Hour. Puur genieten hier!

We beginnen de dag met een korte vlucht van Coron naar Cebu. Het vliegveld stelt werkelijk niks voor en we mogen voor het eerst sinds Nepal weer instappen in een propellervliegtuig. De eerste 10 minuten is het uitzicht geweldig!

Bij aankomst in Cebu moet er een vervelend klusje geklaard worden. Helaas zijn we gister tijdens de tour beide in aanraking gekomen met een pup die onze voeten als knaagspeeltje heeft gebruikt. We zijn altijd erg voorzichtig met dit soort dingen, maar nu was het gebeurd voordat we überhaupt in de gaten hadden dat de pup onder de tafel zat.

Na contact met de reisverzekering/zorgverzekering hebben we besloten om de booster voor rabiës te halen. Dat dit nou precies in een land als de Filipijnen moet gebeuren is natuurlijk erg ongelukkig. We zijn uren kwijt aan over en weer bellen met de verzekering omdat hier frauduleuze vaccins op de markt zijn. Gelukkig kunnen we contact opnemen met instanties in Nederland en kunnen ze ons helpen. Een fijne ervaring is echter anders…

BESTEMMING 14: FILIPIJNEN

We reizen met de boot in zo’n 6 uur van El Nido naar Coron. Alles loopt erg soepel. Bij aankomst in Coron worden we overweldigd door de vele tuktukkers die ons een rit aan willen bieden, maar om brandstofkosten te besparen besluiten wij te lopen naar de accommodatie.

De vier dagen die volgen, zijn we eigenlijk alleen maar onderweg op de boot. We worden in de ochtend met de tuktuk opgehaald en afgezet bij de pier waarna we de mooiste stranden en snorkelplekken bezoeken. De foto’s spreken voor zich, toch? We balen nu wel flink dat we onze drone in Nederland hebben gelaten en dat we geen onderwatercamera hebben. We zien namelijk 2x een schildpad, super mooie visjes (Nemo is onze favoriet) en prachtig koraal.

Snorkelen in El Nido, eigenlijk aan één dag niet genoeg. Wat een mooie stranden zijn hier te vinden!

Om 7.15 uur staan we alweer bij het vertrekpunt van ons busje naar El Nido. Voor het eerst deze maand krijgen we nu toch echt wat mee van de gevolgen van de oorlog: de benzineprijzen op de Filipijnen zijn verdubbeld en de local mag hier zo’n 1,70 aftikken per liter. Uiteraard zeer aan de prijs voor deze mensen! Het busje gaat dan ook pas als het echt vol zit, want anders is het niet rendabel.

De rit duurt een uur of 6 in totaal (uiteraard met de nodige onnodige stops) waardoor we de middag nog in El Nido op het strand kunnen verblijven. We slaan meteen wat handige items in voor onze snorkeltours, want dat is waar we voor komen natuurlijk!

Nadat onze beide vluchten in totaal zo’n 4 uur vertraagd zijn, komen we nogal laat aan op onze nieuwe bestemming. De douane verloopt wederom erg soepel en van de hele rij mensen mogen wij wellicht wel het snelste doorlopen.

We worden door de taxi opgepikt van de luchthaven in Puerto Princesa waarna we om 9 uur nog wat te eten mogen bestellen. Wat zijn de mensen toch vriendelijk hier!

BESTEMMING 13: TAIWAN

Een stad bezoeken in het weekend kan natuurlijk maar één ding betekenen: slapen in een hostel. Om de kosten wat te drukken zijn we dus weer twee nachten te vinden in een bed met formaat schoenendoos.

Er blijft effectief niet super veel tijd over in de stad. De auto moet nog ingeleverd worden op de luchthaven waarna we nog minimaal een uur met de metro moeten reizen.

Zondag is dus onze volle dag in de stad en we bezoeken een leuk park (met wildlife), een uitkijkpunt van de 101 Toren (boven op een berg dus) en de nightmarket. Dit laatste is trouwens net wat anders dan in bijvoorbeeld Maleisië waar ze alleen eten verkopen. In Taiwan vind je er ook straten met spellen en winkels met allerlei prullen.

De laatste volle dag in Taiwan wandelen we nog naar een Memorial Hal met een mooie tuin eromheen. Omdat we morgenvroeg redelijk op tijd op de luchthaven moeten zijn, verkassen we later op de middag naar een hostel naast de landingsbaan. Wel met eigen kamer deze keer, zodat we onze spullen nog even kunnen opruimen. We zitten momenteel in de fase ‘ligt het niet op de kamer, dan zal het vast in een van de backpacks zitten’. Spullen zijn dan ook meermaals zoek, maar gelukkig is er altijd ook een vakje met gevonden voorwerpen 😉

Wat denken jullie? Is het dan in Taipei de allerlaatste keer geweest dat we in een echt hostel hebben geslapen?

Op naar morgen, onze volgende bestemming waar we eigenlijk al een hele tijd naar uitkijken!

Halverwege de weg terug naar Taipei ligt het Sun Moon Lake, wederom een plek midden in de natuur.

We onderbreken de tocht met een bezoek aan de ‘drakentempel’ zoals wij hem vanaf nu noemen. Er is werkelijk niemand te bekennen in de omgeving, zo rustig hebben we een bestemming eigenlijk nog nooit meegemaakt. In de tempel maak je kennis met een stuk of 20 stages of Hell. Het is bijzonder om te zien waar deze mensen allemaal in geloven.

Bij Sun Moon Lake maken we enkele korte wandelingen, bezoeken we een hangbrug (erg leuk met hoogtevrees) en ontmoeten we nog wat nieuwe bewoners van het eiland. Zo kronkelt een slang over de weg en lopen we vlak onder een enorme spin door.

We rijden misschien wel de mooiste weg van Taiwan vandaag! Ofja Pim dan, want ik zit er kotsmisselijk naast gezien de vele bochten. Op dit soort momenten komt een huurauto echt van pas, want er zijn heel veel mooie uitzichtpunten onderweg.

We maken verder in Kenting National Park een korte wandeling en verblijven vooral op het strand. Het is nog te koud om in het water te zwemmen, maar zeker warm genoeg om op de handdoek te liggen. In de avond verandert het dorpje in een soort nachtmarkt met allerlei hapjes.

Vandaag gaat het een flink stuk zuidwaarts en daarmee stijgt de temperatuur ook. Een dikke maand geleden liepen we als eskimo’s in onze winterjas rond op Hokkaido en vandaag kan dan toch echt de korte broek uitgehaald worden, ondanks de bewolking.

We stoppen op verschillende plekken langs het strand en maken nog een wandeling naar een brug die een eilandje verbindt met het vasteland.

In de buurt van Hualien ligt de Taroko Gorge. Je kunt er tegenwoordig niet veel meer doen, omdat de trails na de aardbeving van bijna 2 jaar geleden vrijwel onbegaanbaar zijn geraakt. Het rijden is ook een hele opgave omdat de weg op bepaalde tijdstippen afgezet wordt. Toch kunnen we er een mooie ronde van maken en pakken we nog twee korte wandelingen mee. Het weer wordt ook met de dag beter. De muggen zijn dan ook uit hun winterslaap ontwaakt…

In Taiwan komen gemiddeld zo’n 2200 aardbevingen per jaar voor. De laatste echt hevige was dus bijna 2 jaar geleden bij de Taroko Gorge. Uiteraard vindt er later vanmiddag ook een aardbeving plaats; met een kracht van 5.4 voelen we hem behoorlijk op onze kamer.

In de avond proberen we eten te verzamelen op de nightmarket. Helaas zonder succes waardoor we bij in Indisch restaurant uitkomen. Ook super lekker!

De oostkust van Taiwan staat bekend om de mooie stranden en hoewel het te koud is om te zwemmen, is het wel een mooi beeld. Overigens is de zee ook erg ruw dus we houden het maar bij kijken 🙂

We stoppen een aantal keer langs de route en maken nog een korte wandeling. Vandaag een keer in korte broek, want het weer zit eigenlijk verrassend goed mee. Muggen en overige insecten zijn vooralsnog in winterslaap (afkloppen), maar er zouden wel slangen moeten zitten. Morgen toch maar de lange broek weer aan.

In het noorden van Taiwan ligt een vulkanisch gebied waar we met de auto doorheen rijden. Het lijkt hier erg op Ijsland of delen van Bolivia. Ondanks dat de temperaturen flink opgelopen zijn, is het met de wind toch nog aan de frisse kant. We rijden door naar Jiaoxi en komen ondertussen langs prachtige stranden, rijstvelden en Chinese tempels. Wat is het hier opeens groen en super mooi! Er komen ook wat brutale aapjes op ons af (de Taiwanese Makaak).

Taiwan verrast ons tot nu toe flink dus we zijn benieuwd naar de rest.

Wist je dat Taiwan eigenlijk Republiek China genoemd wordt? Taiwan wordt door vrijwel geen enkel land als onafhankelijke staat erkend. Wederom een zeer interessante geschiedenis dus!

Het mag duidelijk zijn dat het reistempo dit deel van de reis wat hoger ligt. We reizen vandaag door naar Taipei in Taiwan. De klok gaat voor ons een uurtje terug dus het tijdsverschil met Nederland is vanaf nu 7 uur.

Omdat het huren van een auto ons prima is bevallen, besluiten we om last-minute de hele planning voor Taiwan om te gooien en er hier ook een te huren. Met de trein kom je ook overal maar we willen graag wat meer het binnenland intrekken en stoppen wanneer we iets moois zien onderweg.

Zo staan we om 3 uur bij de autoverhuurder waar we weer een ruime auto meekrijgen. Het gaat allemaal erg soepel vandaag! In de avond eten we vegetarisch in een lokaal restaurantje. Er mag meteen cash afgerekend worden, cash only is hier weer vanzelfsprekend.

BESTEMMING 12: ZUID-KOREA

Het onderhouden van een eigen reiswebsite begint zo nu en dan zijn vruchten af te werpen. Van kleine gratis reisproducten tot de eerste verkoop in onze webshop!

De komende drie dagen is het tijd voor het echte werk: we mogen gratis een auto huren via een verhuurplatform. Omdat het tegoed maar tot juni geldig is, besluiten we het direct op te maken. Zo crossen we dus twee volle dagen over Jeju Island.

Het eiland is van vulkanische oorsprong en moet in de lente en zomermaanden enorm groen zijn. Helaas zijn we net wat te vroeg, want het is veelal een dorre boel. Toch zijn de stranden echt prachtig en het water is super helder. Jammer dat we nog geen duik kunnen nemen! De hikes naar de vulkaan zijn maar tot 12 uur open, dus daar zijn we net te laat voor, maar we lopen wel nog een rots omhoog van maar liefst 180 meter boven zeeniveau. Ook bezoeken we Stone Village, waar we leren dat de oorspronkelijke mensen van Jeju Island artefacten van steen maakten om het dagelijks leven wat makkelijker te maken. Naast de huizen/paleizen stonden vroeger mannetjes van steen ter bescherming en dat zie je terug over het hele eiland. Ze staan trouwens altijd met z’n tweeën, wel zo gezellig.

Noord en Zuid-Korea zijn nog altijd in oorlog met elkaar, maar gelukkig is er nu een wapenstilstand. De grens is voor nu vastgesteld vlak boven Seoul en rondom deze grens ligt een gebied van 4 kilometer welke de DMZ wordt genoemd (een soort niemandsland, waar nu nog heel veel bommen liggen, militair gebied).

Vanuit Zuid-Korea gaan er dagtochten naar deze zone en wij besluiten er ook een kijkje te nemen. Winnie (de Poeh) is onze gids voor vandaag en ze weet veel te vertellen over de verschillen tussen het noorden en het zuiden. De reden van de oorlog is dat Noord-Korea communistisch is en Zuid-Korea democratisch. Vereniging van beide landen is vrijwel onmogelijk. We ontdekken dat de Noord-Koreanen van de buitenwereld zijn afgesloten. Zo kunnen zij nauwelijks informatie opzoeken op internet en is sociale media verboden. We zien zelfs de toren die het (radio)signaal vanuit Zuid-Korea blokeert. Ontsnappen uit het land is ook onmogelijk en als het dan toch lukt, staan er zware straffen op.

Het voelt een beetje raar dat wij door een verrekijker naar Noord-Korea kunnen kijken (vanuit de andere kant word je namelijk door de Noord-Koreaanse militairen bekeken). Foto’s maken is strikt verboden. Winnie vertelt dat we achter kogelvrij glas staan, maar eenmaal boven op het observatiedek staan we gewoon in de buitenlucht. We mogen ook nog in de derde tunnel lopen. Er zijn vier tunnels ontdekt die het zuiden en noorden met elkaar verbinden en de derde tunnel is het hoogst, dus het makkelijkst begaanbaar.

Het is een zeer interessante, maar vermoeiende dag. Winnie vertelt erg veel! Helaas is begrijpend luisteren vandaag voor veel mensen een opgave, want zo moet ze telkens herhalen hoe laat we bij de bus moeten zijn (en dan nog vergeten mensen het). Als klap op de vuurpijl is een toerist zijn paspoort vergeten, heel handig met een bezoek aan de DMZ. Ook de buschauffeur is niet in zijn element; het blijkt voor hem de eerste keer in de DMZ te zijn waardoor we tot twee keer toe een totaal verkeerde kant oprijden.

We vertrekken met de trein van Jeonju naar Seoul en dat gaat lekker snel. Het landschap raast aan ons voorbij en zo staan we twee uur later in hartje Seoul. Helaas is onze kamer deze keer van aanzienlijk mindere kwaliteit, dus we zijn twee volle dagen op pad in de stad.

We hebben niet echt een plek waar we perse naartoe willen, maar uiteindelijk komen we langs een aantal paleizen (met wisseling van de wacht), de toren met uitzicht op de stad en de stadsmuur. Bij deze laatste maken we een misser in de route waardoor we aan de verkeerde kant van de muur uitkomen. Pim moet mij zowat over de muur heen tillen, maar we komen er wel!

We spelen ook nog een keer het spel Running Man, al is het deze keer een heel stuk lastiger om genoeg punten te verzamelen. De stappenteller staat elke dag zeker op zo’n 10-15 kilometer, dus in de avond moeten we wel lekker gaan uit eten. Gelukkig kan dat in Seoul prima!

We reizen met de trein van Busan naar Jeonju waar we het grootste Hanok dorp van Zuid-Korea bezoeken. Dat het laagseizoen is, wisten we, maar er is werkelijk geen klap te beleven in het dorp. De meeste koffietentjes gaan pas na het middaguur open en veel winkels blijven zelfs helemaal gesloten. Op zich niet zo erg, maar zo missen we wel wat van de sfeer hier (op jaarbasis komen hier 10 miljoen toeristen). Het dorpje zelf is niet heel groot, ondanks dat er 700 traditionele huizen te vinden zijn (Hanok huisjes dus). Deze huizen kenmerken zich door de enkele verdieping en het mooie golvende dak. We bezoeken ook nog een museum voor kaligrafie en een tentoonstelling met portretten van de koningen. Alles is hier in het Koreaans, dus voor ons verder niet bepaald informatief. We eten deze dagen weer eens westers voedsel, iets wat we de afgelopen weken niet meer gehad hebben. De koffie is hier overigens wel erg goed en niet zo duur als we vooraf gelezen hebben. We kiezen meestal een lokaal plekje uit wat gesprekken oplevert met de eigenaren. Met de 5 woorden Engels die ze kennen, kunnen wij vertellen waar we vandaan komen en dat we 2 weken door het land reizen. Verder praten ze in het Koreaans terug, vol overtuiging dat we ze compleet kunnen volgen. Laten we zeggen dat ze erg geïnteresseerd zijn in ons toeristen!

We reizen van Fukuoka met de ferry naar Busan. De tocht duurt zo’n 6 uur en we schommelen flink op en neer. Gelukkig zijn we weer snel door de douane heen en kunnen we op pad naar onze accommodatie. Helaas doet de esim het nog niet, maar met wat vooraf gemaakte screenshots van googlemaps vinden we het prima. Uitgehongerd lopen we naar een restaurant dat onze host heeft aangeraden en zo maken we direct kennis met de Korean BBQ. We krijgen een schortje en de serveerster helpt ons op weg met alle dingen die opeens op tafel verschijnen.

Busan is een stuk groter dan we verwacht hadden en na een paar dagen in deze stad kunnen we concluderen dat Zuid-Korea zeker niet hetzelfde is als Japan. Het eten is een stuk pittiger, de (extreme) Japanse beleefdheid is hier in veel mindere mate aanwezig en ze rijden weer ‘gewoon’ rechts. Zebrapaden zijn zoals in de meeste Aziatische landen eerder schilderingen zonder functie, dus het is even wennen dat we weer goed moeten uitkijken. Toch zijn er ook overeenkomsten. De tekens zijn net als in Japan onleesbaar en hier ook meer onuitspreekbaar (en ze zijn wat meer abstract, Japan had een wat meer sierlijk geschrift).

Het weer is de laatste week een stuk minder geworden, en Busan is geen uitzondering. Eén dag is het wel droog, maar de andere dag regent het de hele dag. Toch wordt het nog een verrassend leuke dag, want per toeval komen we de Running Man Experience tegen (gebaseerd op een Koreaanse reality serie). Het is een soort game hal waar je allemaal verschillende arcade achtige spelletjes moet doen om zoveel mogelijk punten te verzamelen. De Koreanen zijn over het algemeen fan van dit soort activiteiten, want op veel meer plaatsen in de stad zijn van dit soort (kleinere) hallen te vinden. De Koreaanse serie Squid Game valt opeens ook helemaal op zijn plek.

BESTEMMING 11: JAPAN

Aan het mooie weer komt echt een eind, het regent hier flink. Tijd om alvast wat zaken te regelen voor onze volgende bestemming(en). Wat is de tijd in Japan weer snel voorbij gegaan. We gaan het land en de cultuur ontzettend missen, al die vriendelijke mensen, het lekkere eten en de mooie tempels. Tussendoor kunnen we wel nog wat winkelen en blijven er nog wat handige elektrische items aan onze handen plakken. Het is ook de laatste keer dat we gebruikmaken van de Shinkansen, al vinden we zelf dat deze trein niet zo bijzonder veel voorstelt uiteindelijk. Onze laatste avond sluiten we af in een Japans restaurant waarbij we Google Lens veelvuldig moeten inzetten. De eigenaren zijn heel vriendelijk en stellen zelfs wat vragen. Van Nederland hebben ze nog nooit gehoord, maar dat zoeken ze snel even op. Als we zeggen dat het eten bij ons lang niet zo lekker is als in Japan, wordt er wel even goed gelachen! Ze sluiten af met een door ons aangeleerd woord: ‘bedankt’.

We komen op tijd aan in Hiroshima en gaan met de streetcar naar ons hotel. Lopend was deze 3 kilometer nog sneller geweest 😂 de bagage laten we in elk geval al achter zodat we nog kunnen profiteren van het lekkere weer.

Omdat het morgen gaat regenen en we niet naar het eiland in de buurt kunnen, doen we het vandaag net wat rustiger aan. Tussen het wandelen op het vredesplein door, drinken we koffie en maken we plannen voor de rest van de reis. Ook stoppen we nog even bij het kasteel van Hiroshima (uiteraard niet origineel).

Onze tweede dag in Hiroshima bezoeken we het museum ter nagedachtenis aan de atoombom die op 6 augustus 1945 boven Hiroshima ontploft is. Het komt wel even binnen, zeker omdat er echt veel beeldmateriaal te zien is.

De lunch bestaat vervolgens uit Japanse Cury en die smaakt naar meer (gisteravond hebben we hier ook al gegeten dus we houden het toch maar bij 2 keer). In de middag boeken we nog wat overnachtingen voor onze trip over Sumatra. Het avondeten is Okonomiyaki (in 4 foto’s hoe dit hapje voor onze neus bereid wordt). Echt super lekker!

We slenteren vandaag op het gemak door het drukke deel van Osaka, maar vinden het eigenlijk niet zo leuk hier. De authentieke steden als Kyoto spreken ons meer aan. We gaan wel nog even in het Ferris Wheel, ik zonder ruggengraat achter Pim aan. Er kan nog gelachen worden, maar hoog is het wel!

Vandaag de korste reisdag in de geschiedenis van al onze reizen. Met een treinrit van maar liefst 25 minuten, staan we in het centrum van Osaka. We laten de backpacks direct achter in het hotel en gaan op zoek naar koffie. De zon schijnt, de dikke winterjas is inmiddels opgeborgen in de backpack (fijn dat we die nog 3 maanden mee kunnen sjouwen) dus wij willen het terras op.

Dat is in Japan natuurlijk zoeken naar een speld in een hooiberg want de mensen zitten hier liever binnen, ver verwijderd van zonnestralen. Missie mislukt, maar wel koffie gevonden.

We lopen door naar Osaka Castle en wat een plaatje! We lunchen laat in een ramen restaurant om vervolgens op tijd terug te gaan naar de hotelkamer. We hebben afgelopen dagen minimaal 15 kilometer afgelegd en in de avonduren nog een lesje bodypump gedaan, dus we zijn aardig moe.

Fijne zondag allemaal!

Op een uur met de trein ligt het dorpje Nara, bekend vanwege de buigende hertjes. Het lijkt ons een toeristische bedoeling, maar we gaan toch een kijkje nemen. We pakken de verkeerde trein, die er bijna 2x zo lang over doet, maar komen rond de middag aan in het hertenpark. Het is inderdaad een drukte van jewelste en niet alleen met mensen! De herten lopen los door het park en snoepen van de koekjes die ze gevoerd krijgen. Sommige herten zijn nogal brutaal en happen in je kleren als ze nog iets te bikken willen. En dat buigen, dat lukt ze niet allemaal. De liefhebbers mogen even appen voor een filmpje, want dat kan ik niet toevoegen helaas.

We nemen de trein terug om nog even te stoppen bij de 1000 bogen. Echt een prachtig gezicht, maar waar komen die hordes toeristen opeens vandaan? Het park in Nara was vooral druk met Japanners die er een dag op uit gaan, maar hier? Op en top toerisme.

De tocht naar Kyoto vanuit Nagano was thuis nogal wat uitzoekwerk, maar uiteindelijk blijkt het heel eenvoudig en snel te gaan. Er gaat geen rechtstreekse verbinding, dus stappen we in Tsuruga over. Wederom met een onnodige overstaptijd want de treinen rijden prima op schema (al was de Shinkansen vanmorgen 2 minuten te laat).

Nadat we iets na de middag aankomen in Kyoto, drinken we wat koffie voordat we kunnen inchecken. Hierna eten we weer lekker Japans (de Wagyu die zo populair is hier, smaakt ons echter voor geen meter).

Vandaag lopen we een flinke ronde door Kyoto, waarbij we starten met een workshop chopsticks maken. We laten er iets op graveren en aan jullie de vraag wat dat nu precies is 😉 Daarna bezoeken we een aantal tempels en slenteren we rond in een soort foodmarkt. Bij de eerste stand hebben we direct pech want de kip lijkt niet gaar te zijn. Om taferelen uit het verleden te vermijden, zoeken we vervolgens wat veiligere gerechten.

Met de regionale trein gaan we op hobbeltempo naar Matsumoto, het kasteelstadje van Japan. Het bekende kasteel Matsumoto, één van de 12 nog origineel bewaarde kastelen van het land, is erg mooi om te bekijken. Rondom loopt de gracht met een stel koikarpers in, wat het plaatje helemaal compleet maakt. Verder is er niet veel te doen in het dorpje en het is nogal fris, dus we besluiten lekker te lunchen en koffie te drinken. En vervelend genoeg is er weer een kraampje waar ze opgerolde crèpes verkopen.

In de avond eten we in een Japans restaurant. Zelf koken of een broodje eten op de kamer is er echt niet bij deze trip en dat is maar goed ook. Het eten is deel van de reis en de beleving. Zo moeten we in dit restaurant onze schoenen uitdoen, wordt de jas opgehangen en begrijpen we echt niks van de menukaart. Met Google komen we een eind en we kiezen soms een gerecht dat de chef vlak voor onze neus voor een ander aan het klaarmaken is.

Na een beetje uitgeslapen te hebben, gaan we op zoek naar de in Google Maps opgeslagen restaurantjes. Sinds gister steken opgerolde crèpes met fruit en ijs ons de ogen uit dus dat wordt ons ontbijt. Daarna wandelen we naar de Zenkoji Tempel, een plek waar volgens de cultuur elke Japanner eens geweest moet zijn. Ondanks dit, is het hier wederom niet druk dus we hebben alle ruimte om de tempel te bekijken.

Even verderop is nog een mooi uitkijkpunt over de stad en een soort verlaten tempel naast een begraafplaats. Uiteraard zorgt dit ervoor dat we weer uitgehongerd in het centrum aankomen, dus tijd voor Oyaki (een gevuld bolletje deeg met bijvoorbeeld groente, champignons of iets anders).

In de avond eten we weer een Karaage set (kip) bij een super lief en vriendelijk Japans dametje. We zijn inmiddels bijna zover dat we naar elke Japanner buigen, wat zijn die mensen toch ontzettend vriendelijk hier.

Voor de mensen die wel eens bij ons thuis eten: vanaf de zomer mogen jullie het met stokjes proberen 😉

We belanden vandaag bij een stel badende Japanse makaken in een onsen (oké wij naast de onsen dan he). Het is drukke boel, want er zijn veel apen en ook veel mensen. De winter is voor deze activiteit hoogseizoen omdat de apen zich dan het vaakst laten zien.

Ondanks de drukte en het toeristische gehalte is het echt een geweldig beeld om de apen op hun gemakje in het water te zien zitten. Naast de onsen is het speelplein geopend, dus de kleine makaken rollen met elkaar over de berg naar beneden. Ze hebben echt alle ruimte in deze omgeving!

We staan vroeg op om de bus terug naar Tokyo te nemen, waar we overstappen op de Shinkansen naar Nagano. Een beetje omslachtig, maar wel de makkelijkste keuze zonder 3x te moeten overstappen. Helaas is onze bus te laat, minpuntje voor de stiptheid en hebben we in Tokyo grote moeite met het ophalen van onze overige tickets van deze reis. Gelukkig worden we wel goed geholpen door de vriendelijke mensen bij de balie en lukt het uiteindelijk toch.

We hebben dikke vette mazzel met het weer, want we zien de berg twee dagen best goed! De grootste kans om Mount Fuji met goed weer te zien is dan ook in de winter.

We bezoeken enkele fotospots (die we met de overige toeristen en Japanners moeten delen) en wandelen door het pretpark in de buurt. Leuk om vanuit de achtbaan uitzicht te hebben op de vulkaan.

In de avonden eten we onze buikjes weer rond en de laatste avond is er zelfs een vuurwerkshow waar het hele dorp op afkomt. Een erg leuke afsluiter zo!

We reizen met de metro van Narita naar Tokyo, waar we in de bus stappen naar Mount Fuji. Omdat we de Zuid-Amerikaanse mentaliteit gewend zijn, hebben we alles soepel gepland. Eindresultaat is dat we nu tijd over hebben tussen de ritten door. De bussen gaan hier stipt op tijd en komen vrijwel op de minuut nauwkeurig aan op de eindbestemming. Het is 180 graden anders dan we de afgelopen 6 maanden meegemaakt hebben. De komende dagen verblijven we in Kawaguchi om zo hét icoon van Japan te bewonderen.

En nee, deze keer gaan we de berg niet beklimmen.

We vliegen met Peach weer terug naar Narita (vlak bij Tokyo). Ondanks de korte vlucht is er niks meer over van de dag. Wat duurt dat eigenlijk toch altijd lang en ben je veel tijd kwijt aan wachten. Zo missen we op 15 minuten onze shuttle naar het hotel omdat het vliegtuig vertraging heeft.

De week op Hokkaido zit er weer op en dat is eigenlijk maar goed ook. Deze uitgaven zijn niet vol te houden met ons backpackersbudget.

De laatste dag op de latten besteden we in Kamui. Dit is een klein gebied met maar een paar liften. Na een dikke drie uur houden we het voor gezien en leveren we de gehuurde ski’s weer in. Vlak bij Sapporo hebben we een fijn hotel waar we even lekker bijkomen van deze intensieve week (oké voor mij dan, voor Pim viel het reuze mee). Hier is trouwens een wasmachine op de kamer, komt dat even fijn uit 🙂

De overige plaatjes zijn sfeerimpressies van de accommodatie van de afgelopen nachten: slippers om buiten te lopen, slippers om binnen te lopen, pannetje om zelf een eitje te bakken.

Pim gaat alleen de piste op en ik maak een wandeling in de omgeving (toch even rustig aan doen na die botsing van gister). Het sneeuwt flink door en na een paar uurtjes ligt er weer een paar centimeter bij. In de middag rijden we naar een onsen: een natuurlijk (door de vulkanische warmte) verwarmd buitenbad. Een onsen werd vroeger gebruikt door de lokale bevolking om zichzelf te wassen. Niet iedereen had destijds een eigen badkamer. Ook bij de onsen sneeuwt het weer, wat een prachtige sfeer geeft.

We hebben er lang op moeten wachten, maar we kunnen de zon vandaag zien schijnen, eindelijk! Dan is het landschap meteen ook heel erg mooi met een dikke witte deken eroverheen. Vanuit het hoogste punt van Rusutsu (dat is overigens maar 994 meter hoog) is het uitzicht op de vulkaan en de rest van de omgeving echt prachtig. Het skiën zelf gaat trouwens iets minder, want Meike wordt door een roekeloze snowboarder geraakt. Gelukkig blijft het alleen bij schrik en hoeven we de reis niet voortijdig af te breken.

Na de sneeuwstorm van gisteren en vannacht zijn alle wegen vanmorgen helemaal wit. En niet van die bruine derrie die we van thuis kennen, maar alleen maar mooie witte sneeuw waar je ook fatsoenlijk op kunt rijden. Echt arctisch ziet het uit!

We rijden een uurtje naar Niseko, wat het grootste en tevens bekendste gebied van Hokkaido is. Het toeristengehalte is dus hoog en bovendien is het enorm druk. Toch is het een mooie dag met wederom flink wat sneeuw en temperaturen ruim onder nul. Af en toe prikt de zon er even doorheen, maar helaas kunnen we van de omgeving niet echt heel veel zien.

Eigenlijk stond het meest beroemde skigebied van Japan vandaag op de planning, maar vanwege een heuse sneeuwstorm moesten we de plannen vandaag een beetje omgooien. In Niseko zijn maar een paar liften open, dus besluiten we een kleiner gebiedje te zoeken meer centraal gelegen (voordeel van een eiland is dat het nooit overal even slecht weer is). Toch begint het ook hier in de middag flink te sneeuwen en wordt het steeds kouder. Na een paar uurtjes houden we het met een bevroren hoofd dus maar voor gezien. We moeten namelijk nog een autoroute van ruim 100 kilometer trotseren door diezelfde sneeuwstorm. Het is af en toe wel een beetje spannend, maar het autootje rijdt eigenlijk verbazingwekkend goed door de sneeuw.

Vannacht niet echt goed geslapen (nog steeds een beetje last van de jetlag?), maar toch moeten we op tijd op. Om 9 uur moeten we namelijk in de winkel staan om de ski’s op te halen. Die hebben we meteen voor de hele week gehuurd, zodat we maar één keer het gedoe ermee hebben. We hadden vooraf alles gereserveerd, dus na een goed half uur passen en betalen zijn we klaar. Nog een uurtje rijden en wat boodschappen, en om 11 uur zitten we in de lift.

Kokusai is niet al te groot. Nu zijn de skigebieden in Japan sowieso een stuk kleiner dan in de Alpen, maar met slechts drie liften is deze wel echt aan de kleine kant. Dat is niet erg, want de pistes die er zijn, zijn wel erg mooi! En de sneeuw is echt helemaal top! Wat dat betreft maakt Japan de verwachtingen eigenlijk op de eerste dag al waar. De zon schijnt vandaag af en toe tussen de wolken door en met een graad of drie onder nul is het een hele mooie eerste skidag.

Na het skiën rijden we terug naar de hoofdstad van Hokkaido, want hier is deze week toevallig het Snow Festival waar het eiland bekend om staat. In een langgerekt park staan bizar grote sneeuwsculpturen, sommige zijn letterlijk huizenhoog. Erg mooi om een keer te zien! En dat dit hier überhaupt mogelijk is zegt ook wel wat over de hoeveelheid sneeuw die hier in een seizoen valt.

Na een paar dagen in Tokyo zijn we redelijk gewend aan de nieuwe tijdzone (in slaap komen was lastig en opstaan zelfs om 11 uur nog zwaar). Dat moet ook wel, want er staat alweer een volle dag op het programma: een stukje met de metro en dan met de trein naar Narita Airport. Vervolgens hebben we een korte vlucht naar Sapporo, waar we vervolgens ook nog eens een uur met de trein naar het centrum moeten. Vrij krappe planning, maar gelukkig zijn de Japanners erg stipt en zijn we net voor sluitingstijd bij de autoverhuurder. Daar krijgen we een mooi blokkendoosje waar we de ski’s morgen hopelijk ook nog net in kunnen proppen. Aan sneeuw geen gebrek, er ligt iets minder dan een meter (blijkbaar hebben ze dit jaar een goede winter). In combinatie met links rijden in het donker moeten we even samen goed opletten op de weg. Maar ook de laatste kilometers gaan goed, dus rond 8 uur (weer net op tijd) komen we aan in Otaru, waar we 2 nachten slapen.

Wat een mooie gedachtegang om een jetlag er binnen één nacht uit te slapen. Niks is minder waar deze drie dagen, want we hebben een ritme van niks. Midden in de nacht uren wakker liggen, laat op, vroeg naar bed, het maakt geen donder uit.

Toch laten we ons niet kennen en gaan we drie dagen op pad in Tokyo. Uiteraard is dat niet met weinig woorden samen te vatten, maar ik (Meike) zal een poging wagen.

Alles is hier anders dan we gewend zijn! Men rijdt links in van die kleine auto’s, om het toilet door te kunnen spoelen moet je Japans gestudeerd hebben (we hebben het knopje nu wel gevonden), het eten is hier super lekker (wel alleen met stokjes) en je verstaat helemaal niks van wat er gezegd wordt (al kunnen ze in de stad wel goed Engels). Men is hier enorm vriendelijk en op punten waar iets zou kunnen gebeuren staat wel een Japanner om je te helpen, denk aan het metrostation of een wegversperring. Ook de rijen die ze maken, zijn niet alleen voor de films verzonnen, het is super georganiseerd hier.

We verkennen in drie dagen drie verschillende wijken, Asakusa, Shinjuku en het centrum. Via een free walking tour komen we weer veel te weten over de geschiedenis en de gebruiken van het land, wederom zó anders dan andere landen. Een unieke cultuur die je eigenlijk met eigen ogen moet zien en ervaren.

Scroll naar boven